Verslag programma aardbevingen Let's Gro

Op vrijdag 21 en zaterdag 22 november  vond in Groningen het inspiratiefestival Let’s Gro plaats. De gemeente Groningen nodigde Jos Posthuma en Roelof Wittink, uit om een programma over aardbevingen samen te stellen dat uit twee delen bestond. Het eerste deel had betrekking op het ontstaansproces van aardbevingen en de risico’s op schade. Het tweede op samenwerking tussen stad en regio om de problemen het hoofd te bieden en toekomstperspectieven handen en voeten te geven. Het eerste deel werd ingeleid door prof. Rien Herber van de Rijksuniversiteit Groningen. De aftrap voor een debat over het tweede thema kwam van conservator Egge Knol verbonden aan het Groninger Museum. Daarna kwam een panel van vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, ondernemers en onderzoekers aan bod in samenspraak met de zaal. De bijeenkomst vond plaats in het Infoversum, waardoor ook een 3D film over de ontstaansgeschiedenis van de aarde kon worden vertoond. Muzikale omlijsting droeg bij aan de variatie van het programma. 

Doel

Als organisatoren hadden we de volgende uitwerking gegeven van het doel van dit programma onderdeel van Let’s Gro: “Voor dit inspiratiefestival willen wij eerst ter discussie stellen hoe kennis bij burgers, betrokkenen en deskundigen in stad en regio over alles wat samenhangt met aardbevingen, vergroot en gebundeld kan worden. Het tweede doel is versterking van de samenwerking tussen stad en regio gericht op economische ontwikkeling: niet neerleggen bij doemscenario’s voor bepaalde gebieden, niet alleen afwachten hoeveel compensatiegeld er komt en hoe dat te verdelen, maar initiatieven nemen en ondersteunen om economische ontwikkeling te stimuleren. Voor ontwikkelingen die in Groningen op eigen kracht gaande en mogelijk zijn, speelt het bedrijfsleven samen met maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen een essentiële rol. Op grond daarvan is een aantal personen gevraagd een bijdrage te leveren aan het debat. Wij gaan er vanuit dat er voor een al te scherpe tegenstelling tussen de stad als motor van de economie en de regio als krimpgebied, geen aanleiding is. Er is sprake van veel uitwisseling, economisch, sociaal, cultureel, tussen stad en regio.” 

Verslag:

Onder grote belangstelling opende Roelof Wittink de bijeenkomst en heette de 200 aanwezigen onder wie een groot aantal door de aardbevingen getroffenen, welkom. Hij zette  het doel en de kaders voor de ochtend uiteen en gaf aan dat deze bijeenkomst zowel een informatief als perspectief scheppend karakter draagt. Deze conferentie “Groningen beeft mee” en “kans voor stad en regio’ sluit daarmee aan bij de inspiratievolle bijeenkomst ‘Naar een andere voedingsbodem voor Groningen´, waar op 17 mei jl in het Academiegebouw t.g.v het 400 jarig bestaan van de Groningse Universiteit aandacht werd besteed aan de versterking van de samenwerking tussen universiteit en regio.  Zie elders  www.groningenperspectief.nl

Inleiding programma Groningen beeft mee:  ‘BEVINGEN IN GRONINGEN, HOE ZIT DAT ?’

Prof.dr. Rien Herber, hoogleraar RUG, geo-energie (en voormalig adjunct-directeur van de NAM) gaf in een heldere uiteenzetting de geschiedenis van de aardgaswinning en de effecten van deze winningen voor het Noorden van Nederland aan. De volledige presentatie is te vinden onder:  www.groningenperspectief.nl/images/documenten/LetsGro221114HerberWeb.pdf;

Herber maakte duidelijk dat de voorspellingen over de aard en intensiteit van de bevingen moeilijk zijn te maken en in het verleden vooral gebaseerd waren op extrapolaties van de eerdere bevingen. (Vanaf 2003 nam het aantal bevingen en de ernst duidelijk toe). “Er worden op dit moment meer meetpunten aangebracht om nauwkeuriger de bewegingen in de bodem te registreren en  beter zicht te krijgen op de relatie tussen productieniveau en aardbevingen. Met de vermindering van de aardgaswinning in 2014 is het aantal bevingen verminderd ten opzichte van voorgaande jaren. Voorspellingen over de kracht van nieuwe bevingen zijn echter eerder bijgesteld door niet meer statistisch te kijken zoals in het verleden, maar door de relatie tussen reservoir compactie en bevingen in voorspellende zin te gebruiken.  Als alle clusters voor de gaswinning voluit zouden produceren is er op grond van de huidige kennis een kans van 2% op een beving van maximaal 5.3 op de schaal van Richter, aldus Herber. Nu de gasproductie uit 5 clusters met 80% sinds januari dit jaar is gereduceerd is te verwachten dat het aantal bevingen per jaar zal verminderen, maar een nieuwe voorspelling van de maximale magnitude is nog niet gemaakt. Daar moet nog minstens een jaar voor gemonitord worden.”

Ook andere vragen die leven kwamen uitgebreid aan de orde, zoals: wat veroorzaakt de bevingen, de (on)voorspelbaarheid van bevingen, de effectiviteit van het beleid om de productie in de kern van het winningsgebied te verminderen; maar ook het risico van de verhoging van de productie niet ver van het gebied waar de stad Groningen deel van uitmaakt, de invloed van de bodemgesteldheid en andere invloedsfactoren die verschillen in schade kunnen veroorzaken, de urgentie van preventieve maatregelen passeerden de revue.

In het korte daarop volgende debat werd vanuit de zaal en door enige deskundigen benadrukt dat in de loop der jaren de bevingen alleen maar krachtiger zijn geworden. Twee andere centrale zaken, nl de relatie tussen een ondergrondse compactie en de bovengronds ervaren bevingen en het effect van bodemgesteldheid kwamen later in het vervolgdebat terug.

Kort intermezzo: 3 D film ‘From the Sun to the Sun’, over het ontstaan van het leven op aarde, aardgas en de toekomst van duurzame energie.

Het plafond van het Infoversum voerde de kijkers op spectaculaire wijze mee vanuit het binnenste van de aarde, tussen de aardlagen door, waaruit het gas werd opgepompt via een vogelvlucht langs de Martinitoren naar het weidse Groningerland. Naar een mogelijke toekomst van energievoorziening zonder de bronnen uit de aarde, maar door wind en zon.

Inleiding programma Bevings: Kans voor stad en regio: “DE RELATIE STAD EN OMMELAAND”

In een boeiende historische schets voerde conservator Egge Knol de toehoorders mee in de geschiedenis van de bijzondere relatie tussen de stad Groningen en haar Ommelanden:  Een gespannen relatie waarin ze vaak tegenover elkaar stonden, maar in nood elkaar altijd weer wisten te vinden. Hoe zij met elkaar zijn omgegaan in het afnemen of toe-eigenen van functies en privileges, welke grootgrondbezitter de stad jarenlang geweest is en hoe de onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid zich tot op de dag van vandaag tussen stad en regio heeft ontwikkeld. Zijn uitstapje naar de symboliek van de provincievlag van Groningen illustreerde zijn betoog. Met zijn oproep “om zich juist nu samen sterk te maken om het tij te keren en aan nieuwe perspectieven voor de gehele provincie en het Noorden te werken” kreeg hij een stevig applaus en vormde daarmee een goede aanzet voor het vervolgdebat.

Debat:  Bevings: een kans voor stad en regio

Zowel tijdens de lezing van Rien Herber als de bijdrage van Egge Knol branden de vragen van de aanwezigen in de zaal en ook de verschillende forumleden zaten te popelen om te reageren. De uitwisseling met de zaal vond plaats naar aanleiding van korte statements van 9 genodigden. Daarna sloot burgemeester Ruud Vreeman het debat af.  Een korte impressie:

Onafhankelijke metingen,  sneller en effectiever de schade vaststellen

Peter van der Gaag (geoloog te Rotterdam) hield een krachtig pleidooi om meer onderzoek onafhankelijk van de NAM, TNO en het KNMI te laten verrichten. Hij memoreerde eerdere landelijke discussie uit de jaren ’90 van het geologenplatform, waarbij uit ander onderzoek en vanuit andere aannames duidelijker de risico’s van bevingen en de mogelijke gevolgen voor gebouwen en infrastructuur waren aangegeven dan de NAM tot dan toe had gedaan : “Met toen al beschikbare methoden, was het mogelijk geweest eerder met monitoring te beginnen.”

 Hij werd op dataverzameling aangevuld door Stef van der Ziel (Schuddema BV) en Sjoerd de Jong, beiden jonge ondernemers uit Groningen die zich inspannen om een app te ontwikkelen die een beving of schade via de mobiele telefoon of een i pad kan registreren. Door een gelijktijdige registratie door duizenden mobiele telefoonbezitters  over een groot verspreidinggebied is het wellicht beter mogelijk om de intensiteit en kracht van een beving te registreren en de wijze waarop deze zich over het betrokken gebied voltrekt. De wijze waarop nu de schade wordt beoordeeld , vastgesteld en de lange periode van herstel en afhandeling kreeg veel kritiek. “Het kan veel eenvoudiger, rechtstreekser en de getroffene burger of bedrijf behoort een veel grotere inbreng te hebben. Het monopolie van de NAM en de door hen ingehuurde schade-experts moet doorbroken worden, zo sloot Sjoerd de Jong zijn bijdrage af. Hij kreeg veel bijval en suggesties uit de zaal, waarbij ook schrijnende gevallen en de problematiek van ‘ingewikkelde schades (de zgn. C-schades) ter sprake kwamen. De apps zijn nog niet beschikbaar overigens.

Een intermezzo:  Video clip “Mien Grunningerland” uitgevoerd door het Eerste Grunneger Baaiermer Mannenkoor:  De wereldpremière met o.a. “De NAM die zoog de aarde leeg en wat ze al die  jaren zee: Niets aan de hand in het Grunningerlaand”…..

Schade, herziening van de Mijnbouwwet uit 2003, Onderzoeksraad voor de Veiligheid

Corine  Jansen, vice-voorzitter van de Groninger Bodem Beweging kon zich geheel in de inzet van deze apps vinden en zette haar kritiek op de metingen van de NAM en met name de schadeafhandeling uiteen. Ter sprake kwam  de wijziging in de Mijnbouwwet uit 2003, waar het principe is verlaten dat van schade die naar zijn aard mijnbouwschade zou kunnen zijn, vermoed wordt dat die door mijnbouwwerk is veroorzaakt.“Het is onbegrijpelijk en een schande dat de toenmalige Minister Jorritsma en de EZ ambtenaren het bewijslastbeginsel uit de 200 jarige Mijnbouwwet sinds 2004 bij de burger heeft gelegd en niet meer bij de veroorzaker van de aardbevingen i.c. NAM. Daar ligt de kern van de problematiek van de afhandeling van de schades”en dat moet veranderen!”

De ernst van de omvang van de risico’s t.g.v. de aardbevingen is tot voor kort zwaar onderschat, benadrukte Corine Jansen. Ze is verheugd over het besluit van Minister Kamp om de Onderzoeksraad voor de Veiligheid een uitgebreid onderzoek te laten verrichten.

N.B. : Dit is onderzoek naar de wijze waarop de veiligheid van de inwoners van de provincie Groningen de afgelopen jaren is meegewogen bij de besluitvorming over de gaswinning in Groningen. De Raad wil weten wat de betrokken partijen tot nu toe hebben gedaan om de risico’s van gaswinning in Groningen in kaart te brengen en te beheersen. Begin 2013 werd geconcludeerd dat onverminderde voortzetting van de aardgaswinning zal leiden tot meer en zwaardere aardbevingen. Sindsdien volgt de Onderzoeksraad voor de Veiligheid de ontwikkeling van het dossier gaswinning. In het afgelopen najaar heeft de Raad met het oog op een mogelijk onderzoek ook actief informatie ingewonnen. In januari 2015 wordt de rapportage verwacht. Voor meer informatie zie:   http://www.onderzoeksraad.nl/nl/onderzoek/1991/gaswinning-groningen/onderzoek/1511/onderzoeksraad-start-onderzoek-naar-gaswinning-groningen

Naadloos sloot Johan van Omme, secretaris van de vereniging Groninger Dorpen hierbij aan. Hij wees op de mogelijke schade die aan de unieke culturele erfgoederen in de Groninger dorpen en kerken kan worden aangebracht. In termen van preventie wordt hier nauwelijks aandacht aan besteed, terwijl ze vaak van onvervangbare waarde zijn en een belangrijke rol in het maatschappelijke en culturele leven vervullen in de regio. Hij wees in zijn bijdrage ook nadrukkelijk op het belang van een andere wijze van besturen en aanpak van de problemen, met meer ruimte voor de burger en meer inbreng van onderop:“Het is mooi dat er kant en klare- streek-en welzijnsplannen zijn bedacht door de ambtenaren en de provincie,maar wie maakt nu feitelijk beleid en wat is de inbreng van de burger?

Tom Postmes, hoogleraar sociale psychologie RUG stond stil bij ‘de stille bevingen.’ Als onderzoeker naar beleving van aardbevingen en het maatschappelijk protest tegen de handelswijze van overheden was het hem opgevallen dat het ‘zo lang rustig was gebleven onder de bevolking terwijl de aard en omvang van de aardbevingsproblematiek in schril contrast hiermee staan’. Uit het door hem uitgevoerde onderzoek blijkt dat de onrust alleen maar toegenomen is en dat het wantrouwen in de overheid en NAM alleen maar groter is geworden. Ook de verschillen tussen direct getroffenen en meer in de periferie of op afstand  betrokkenen zijn afgenomen. Teleurstelling en een gevoel van ‘niet gehoord worden door Den Haag’ is alom toegenomen.

Toekomstgericht

Dat er meer door de bevolking zelf gedaan kan en moet worden gaf ook Theo Hoek, directeur Libau, aan. Hij sprak over het belang van een integrale ontwikkeling tussen stad en regio en desgevraagd uit de zaal noemde hij enkele stevige voorbeelden waarbij de taakverdeling tussen stad en regio juist aanvullend is. Ook Henk Kieft, directielid van de Koöperatie Architecten Werkplaats was een krachtig pleitbezorger van een niet berustende houding onder de bevolking. “Zelf initiatieven nemen en eisen stellen en voorstellen uitwerken en omvormen van ideeën naar realisaties. De NAM moet stoppen gedupeerden onderdeel te laten zijn van hun eigen proces. Het is tegenwoordig mogelijk om op veel persoonlijker manier met elkaar in gesprek te gaan en dan ook veel mensen tegelijkertijd. Als we zorgen dat er ook meteen een concreet, goed voorbereid voorstel voor herstel of versterken ligt, krijg je meer tevreden burgers en de snelheid die iedereen zo graag wil. We pleiten voor inzet van moderne middelen en aansprekende mensen die dat ondersteunen.”

Johan Russchen, lid van de directie van het AVEBE concern, gaf een toelichting op zijn bedrijf voor verwerking van aardappelzetmeel, dat met verschillende vestigingen in Oost Groningen en Drenthe een omzet heeft van bijna een miljard euro per jaar en 1000 mensen werk biedt. Een mooie illustratie van de potentie van de regio, die in de landbouw, biochemie, energieleverantie, ICT en andere sectoren groei doormaakt met tal van innovaties en transities naar duurzaamheid.

Direct daarop deed de Groningse ondernemer Hans Broekhuis,  als een soort samenvatting van het zelf in handen nemen van initiatieven,  een krachtige oproep aan de belangenorganisaties die in de zaal aanwezig waren om tot een mobilisatie te komen. De Minister van EZ Kamp gaat medio december 2014 een nieuw boringbesluit nemen, maar daar moet de bevolking niet op gaan zitten wachten. Ze moet ook niet wachten op een parlementair onderzoek hoe het allemaal na 50 jaar zo is gekomen, maar zelf een soort ‘Tribunaal inrichten’ een soort nieuw Gronings Volkscongres om de praktijken van de NAM en de gevolgen, maar vooral ook de mogelijke risico’s landelijk aan de kaak te stellen. “Schud Nederland wakker”  We moeten het hier in Groningen zelf doen en niet afwachten.  Dat geldt ook voor de beslissing om meer of minder met de aardgasboringen te stoppen en op welke plaatsen, aldus Broekhuis.

Afsluiting

Na dit betoog en diverse suggesties vanuit de zaal van getroffen regiobewoners deed waarnemend Burgemeester Ruud Vreeman de afsluiting en hij nam krachtig stelling voor een nieuwe benadering: “De risico’s van de aardbevingen, zo is mij langzaam maar zeker, ook vandaag eens temeer duidelijk geworden, zijn  veel te groot voor deze stad en de provincie. Het is een nationaal probleem geworden om de veiligheid voldoende te kunnen waarborgen en dat moet ook als zodanig gezien worden.  We moeten voorkomen dat er straks onaanvaardbare risico’s zijn genomen. waarvoor ik als burgemeester geen verantwoording kan nemen.  Vreeman achtte een aanpak nodig die vergeleken mag worden met het Delta plan in Zeeland.

De uitspraken van de burgemeester waren aanleiding voor het NOS journaal om hem te interviewen en een item te maken van de opgave voor aardbevingbestendig te maken. Ook RTV Noord, het Dagblad van het Noorden en diverse landelijke dagbladen besteedden ruim aandacht aan de woorden die hij op de conferentie en voor de camera’s sprak

Het programma werd afgesloten door  Rooie Rinus en Pé Daalemmer met hun daverende versie van ‘de Lopster Toren’, versterkt door Het Eerste Grunneger Baaiermer Mannenkoor. (Ding dong ding dong, zie

https://www.facebook.com/video.php?v=869356636431234&set=vb.100000707185157&type=2&theater ).  Het koor bracht tot slot samen met de organisatoren de actuele versie van “Mien Grunningerlaand” van Ede Staal, ten gehore, zie ook  https://www.youtube.com/watch?v=tVvBcDqBUs4